Hoe kwam het zo?

Vroeger, bij mijn oma en opa thuis, de ouders van mijn moeder, waren er wel grote familie bijeenkomsten. Mijn moeder had verschillende zussen en 3 broers. Eén ervan kwam niet terug na de oorlog. Hij was te werk gesteld in de duitse accu- fabrieken in Essen. Er ziek van geworden ging hij er aan dood. Hij schreef mijn oma dat hij zijn voedselpakket elke keer aan de Joden gaf. Daarvan waren er ook aldaar te werk gesteld. Maar kregen géén voedselpakket… Mijn oma schreef terug dat hij er zelf ook van nemen moest. Hij schreef terug dat hij ook nog melk te drinken kreeg en soep en brood, maar zij niet. Samen eerlijk alles delen. De niet- niet- joden hadden niet zoveel last van de Shoah. Hun echte identiteit was immers niet bekend.

Als dan de oudste zus van mijn moeder uit Nieuw Zeeland op bezoek kwam, was de hele familie bij elkaar. Na de oorlog, de tweede wereldoorlog, emigreerden jonge nederlanders naar canada, nieuw zeeland, australië, vs, enz.

Het was midden jaren vijftig. Het was in mijn kinderjaren.

Op die grote familie bijeenkomsten brak steevast een bepaalde discussie uit. Ik denk het wel drie maal meegemaakt te hebben. De discussie ging over onze komaf.

De ene helft van de familie zei: wij zijn joden. De andere helft: nee, nee, nee we zijn géén joden. Onder de indruk van de heftigheid heb ik het nooit kunnen vergeten. Járen later vroeg ik aan Opperrabbijn Jacobs shlita wat dit nou toch geweest is. O, zei hij, niets bijzonders zo zijn er tientallen families in nederland. Allemaal nakomelingen van jidden die zich een paar honderd jaar geleden zelf gesmad hebben. Het was geen pretje om jood te zijn. Het was in de Shoah voor de Shoah. Als het je lukte wiste je alle geregistreerde administratie uit. Bij de overheid en ook in de joodse kehillot. Maar ja, wat in het hart zit is niet uit te wissen. Ik heb van die joodse komaf geen spoor in de papieren kunnen terugvinden. Niks. Het was zelfs zo, dat ik mezelf als niet- jood beschouwde. Zo opgevoed.

Mijn moeder zei altijd van mijn vader: je vader is een echte wijze joodse man! Ik heb het in die kinderjaren wel duizend keer gehoord. Wat betekende het? Mijn zus zei, dat dat alleen maar bedoeld was van mijn moeder om mijn vader te prijzen. Dat het verder niets zei over ons voorgeslacht.

Maar vreemd. Het is niet bepaald prijs uit de gemeenschap van Joske. Daar waren we lid van. Mij is verteld, in mijn jeugd, dat zowel de ouders van mijn moeder als die van mijn vader op het eiland bekend stonden als g.dsdienst waanzinnig! Ze mochten van de gemeenschap met elkaar trouwen, mits zij

zich niet zo zouden uiten. Men wilde die, in hun ogen vreemde, ideeën gewoon niet horen. Mijn opa, de vader van mijn moeder, ging ongeveer een keer per maand naar de overkant (Den Helder).

Daar was de gemeenschap waar hij zich bij aangesloten had:

Het Leger des Heils. Daar was ook een kehillah van de joodse gemeenschap. Mijn opa ging op de hoeken van de straat staan in het dorp midden op het eiland: Den Burg op Texel.

Hij riep de mensen op om zich te bekeren. Zo is me verteld.

Hij zei: jullie moeten je bekeren en naar Jeruzalem reizen!

Natuurlijk kreeg hij als antwoord zelf te gaan. Maar opa was heel arm. Hij werkte bij de graansilo en bracht graan rond op een oude fiets. Hoe kwam hij toch aan die boodschap? Het is niet uit de gemeenschap van Joske. De kerk had een heel andere boodschap. Waarom Jeruzalem? Ook sprak mijn opa ‘en publique’ over zijn reizen door de hemelse hallen… Zo is mij verteld. Hemelse hallen? Maar dat is een onderwerp uit de joodse overlevering. Daarover wordt verteld in de midrash en in de zohar. Ook zal het vast wel eens genoemd zijn in de gemara, want daar staat alles in.

Reizen door de hemelse hallen… het publiek vond het maar vreemd.

In mijn middelbare schooltijd, op de HBS, ontdekte ik dat de hebreeuwse letters getalwaarden hebben. Je geeft met die letters ook getallen aan. Alef is 1, Beth is 2, enz. Dit was voor mij ‘mindblowing’. Het was mijn overtuiging dat er dan een formule is samen te stellen over wanneer de Mashiach zal komen. Zet die teksten die over hem gaan om in getallen, maak er een formule van en dan ontdek je wanneer die Mashiach komt! Zo simpel is het. Dat de Mashiach zal komen was zeker en is zeker. Zowel binnen het joodse volk als binnen de mengeling van alle volkeren zoals dat in nederland was. En nog zien we uit naar zijn komst. Maar met die formule is het nooit wat geworden.

Wat is onze joodse toekomst?

Na de middelbare school ging ik Theologie studeren. Leerde hebreeuws lezen en ontdekte de vele literatuur in de joodse overlevering. Ik raakte geïntrigeerd door de leer van de sefirot. Het is maar een klein onderwerpje in de enorme zee van wat er geleerd wordt te midden van het Volk van het Boek over het Boek. Er zijn 10 sefirot. Dat zijn de 10 betrekkingen tussen de mens en zijn Schepper. Tien. Niet zomaar betrekkingen. Maar echte officiële bindingen met Hem gezegend zij Hij. Ik ben in mijn leven drie maal getrouwd met dezelfde vrouw. Een keer volgens de burgerlijke stand. Een keer in de gemeenschap van Joske. Een keer in de joodse gemeenschap. Dat is drie keer. Zodoende vind ik het niet meer vreemd dat er 10 zulke banden van trouw bestaan tussen de mens en de Schepper. Een andere keer zal ik wel schrijven hoe die tien betrekkingen heten. Nu ben ik nog even bezig te vertellen hoe het tot deze website is gekomen.

Na onze studie, mijn vrouw volgde mij daarin steevast in de verdieping in al die joodse literatuur, werd het voor ons duidelijk, dat, als we bij een volk horen, dat dat het joodse is. Wij sloten ons officieel aan. Dat kan.

Tijdens mijn studie ontmoette ik professor Weinreb. die voor ons rechtstreeks, uit de Joodse Bron putte. Verlicht opgevoed door zijn ouders was hij opgeklommen in de economische wetenschap. Na de dood van zijn ouders, zocht hij zijn grootouders op. Die waren uit oost Europa naar Wenen gevlucht. Dat was tussen de beide wereldoorlogen. zijn grootvader studeerde dag en nacht in een kelder. Hij bestudeerde de traditie van Het volk van het Boek, zoals te doen gebruikelijk, toen en nu. Hij onderwees zijn kleinzoon, al een volwassen man, de echte betekenissen van de hebreeuwse woorden, naar de waarden van de letters. Die kleinzoon heeft daar in zijn boeken over geschreven. Dat was mij in mijn ‘uppie’ met formules echt niet gelukt. Om dat te weten moet je je echt onderdompelen in die joodse overlevering. En vooral doen wat de Schepper van je vraagt. dat heet halachah- hoe je gaat. Lernen, davvenen- bidden, speciale gebruiken, shabbat houden en de joodse feestdagen enz. En zeker ook leven in de joodse gemeenschap. Dat is op Texel niet mogelijk. Veel joodse gemeenten zijn er niet meer in dit land, na de Shoah.

Voor onze parnasah, drijven we een camping. Overgenomen in het verleden, van mijn ouders. In een hoek van de camping, naast het parkeerterrein staat dan ons Beis Midrash. Een huis van Joods Leren. In de zomer hebben we een paar weken minjan. Dan nodigen we zoveel families uit dat we minjan kunnen maken. 10 man zijn nodig om samen te davvenen en uit de Torah -rol te lezen. Man ben je vanaf je dertiende na je bar mitsvah. De rest van het jaar, vooral in de zomer, zit ik daar met mijn zoon te leren. ‘s Winters in huis. Mijn dochter leeft met haar gezin in Israel, 100% orthodox .Wat je leert geef je door aan anderen, maar bij gebrek aan leerlingen hier op het eiland dan maar op een website gezet. Wie weet leest iemand het. Dan is er toch iets van het geleerde doorgegeven. Opgedeeld in een algemeen deel voor ieder toegankelijk. Een ander deel meer verborgen, om misvattingen te voorkomen. Momenteel bestudeer ik Sifra de Tseniuta. Dat is een stukje tekst uit de Zohar dat onder andere over de sefirot gaat. Zo is het gekomen tot deze website!

Bibliotheek foto
Bibliotheek foto